Vervang afsluitende toetsen door toelatingstoetsen

Het is weer zover: het centraal schriftelijk eindexamen.  Na het examen is de middelbare school volbracht en gedaan. Dan zullen vele geslaagden verzuchten nooit meer wiskunde te hoeven doen, de tas aan de vlaggenmast hangen en boeken ritueel op de barbecue gooien. En vervolgens de  grote vakantie vieren om in september erachter te komen dat alles vergeten is en de studie toch wel anders en moeilijker is dan gedacht.

Enkele weken geleden hoorde ik een interview op bnr. Iemand die in Finland op de middelbare school heeft gezeten werd gevraagd naar een verschil met de Nederlandse situatie. Iedere leraar heeft daar een mastertitel, maar dat weten we nu wel. Een ander verschil is het toelatingsexamen voor hoger onderwijs.

Huh? Een toelatingsexamen voor hbo of universiteit? Het eindexamen is toch voldoende voor toegang tot het hoger onderwijs? Rare jongens hoor, die Finnen. Ze willen niet toetsen tijdens basis- en voortgezet onderwijs maar ze hebben wel een examen voor toelating  tot universiteit of hogeschool.

De geïnterviewde noemde een aantal effecten. Iedereen wordt aangespoord het beste uit zichzelf te halen. Er is geen plaats voor een zesjescultuur. Simpelweg omdat een vijf-en-een-half-is-ook-goed-genoeg geen toegang geeft tot universitair onderwijs. Ten tweede zijn scholieren  maanden vooraf al druk aan het studeren voor het toelatingsexamen. Een studiekeuze is daar niet gebaseerd op een middagje studiekeuzetestjes invullen.

Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik meen dat het een briljante en verfrissende visie op toetsen is. In plaats van toetsen te zien als afsluiting van een periode, schooltype of vak, wordt een toets gebruikt voor toelating tot een schooltype of vak. Ik vermoed dat dat een belangrijk onderdeel is van het Finse paradigma. En ik hoor niemand daar over. Alsof het niet gezien wordt.

Is hoe een toets genoemd wordt slechts een academische kwestie? Ik denk het niet. Ik denk dat de ervaring van en omgang met onderwijs heel anders zal zijn.

Continue reading

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Cijfers, statistiek en meningen

We konden er op wachten. In de pers is breeduit vermeld dat 30% van de leraren onder de maat is. Maar liefst dertig procent. Niet slechts tien procent waar Ton Elias zo graag mee schermt.

Het inspectierapport waaruit deze conclusie te lezen zal zijn is nog niet openbaar. Commentatoren onthouden zich terecht van al te concrete uitspraken. Maar er is niemand die ik hoor denken dat het natuurlijk vanzelfsprekend is. Bij variatie in een onderzochte groep zijn de resultaten  normaalverdeeld. Er is geen hogere wiskunde nodig om te bedenken dat uit elk onderzoek geconcludeerd wordt dat een significant percentage ‘onder de maat’ is.

Normaalverdeeld? Nou ja, men moet wat indien het onderliggende proces niet begrepen en gemodelleerd wordt. En om met toeval, meetonzekerheid en onvoorspelbaarheid om te gaan is de normaalverdeling simpelweg de meest voor de hand liggend en best bruikbaar.

Elke middelbare scholier met een redelijke hoeveelheid wiskunde weet dat de normaalverdeling een aantal eigenschappen heeft. Ze is symmetrisch, het gemiddelde bevindt zich in het centrum, het grootste gedeelte van de populatie is gemiddeld en er zijn twee zogenoemde staarten die even groot zijn.

Indien resultaten uit een onderzoek normaalverdeeld zijn, is dus de grootste hoeveelheid gemiddeld. Een kleine hoeveelheid is ondergemiddeld en een even zo kleine hoeveelheid bovengemiddeld. Ofwel, zonder de resultaten echt te kennen: er zal altijd een percentage zijn dat ondergemiddeld is, en een even zo groot percentage dat bovengemiddeld is.

Is dat erg? Nee, dat is een simpelweg gegeven dat logisch te verklaren is op basis van toevallige variatie en statistiek. De vraag of het erg is, is een normatieve vraag, gebaseerd op waarden, meningen en welke betekenis er aan gegeven wordt.

Wat ik erg vind is de wijze waarop beleidsmakers, politici en journalisten met de resultaten omgaan. Resultaten interpreteren en betekenis geven is een kunde die heel vaak wordt besmet met eigen waarden, meningen of politiek. Is het goed of slecht? Is een glas half vol of half leeg? Zijn 30% van alle leraren slecht of 30% van alle leraren excellent? Het is maar wat je wilt, hoe je het interpreteert tot een betekenis.

Pas als men de werkelijkheid kent, is goede interventie mogelijk. Daarom vind ik het gevaarlijk als conclusies worden gepresenteerd als kennis van het onderzochte terwijl ze  zijn gebaseerd op o.a. toeval. En het is gevaarlijk als politici en journalisten de resultaten interpreteren zonder de onderliggende statistiek, processen en dergelijke te kennen. Dan is het enige wat rest de eigen mening die men bevestigd wilt zien in plaats van de werkelijkheid te kennen.

Journalisten en politici, Meten is niet zomaar weten.

(Ben je het met me eens of oneens? Ik ben benieuwd naar jouw commentaar.)
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Waarom wiskunde leren?

“Waarom moeten we wiskunde leren?”

Die vraag krijg ik af en toe van studenten van een opleiding waarbij wiskunde geen noodzaak is om een beroep uit te oefenen. Een lastig te beantwoorden vraag, die vergelijkbaar is met  de vraag of  wiskunde net zoals Nederlands en Engels verplicht dient te zijn op de middelbare school.

Mijn eerste reactie is: Nee, wiskunde hoeft niet voor iedereen verplicht te zijn, want ze is niet essentieel voor alle beroepen. Er zijn velen die menen dat hun succes als communicatiedeskundige of manager niet minder is door ontbreken van wiskunde in de vooropleiding.

Is dat zo?

Continue reading

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Duurzaam onderwijs

Duurzaam en onderwijs in een enkel begrip, dat klinkt heel mooi. Wie wil geen duurzaam onderwijs?

Wat is duurzaam onderwijs?

Lessen in duurzaamheid? Lessen over schaarse grondstoffen, recycling, en CO2-footprints? Dat is geen duurzaam onderwijs maar onderwijs over duurzaamheid.

Continue reading

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Is onderwijskunde een wetenschap of een geloofsleer?

Op basis van cijfers en modellen wordt de onderwijspraktijk en het beleid gevormd. Cijfers en gegevens alleen zeggen niets. Ze dienen geïnterpreteerd te worden om betekenis te krijgen. Interpretatie van gegevens is gevoelig voor vooringenomenheid, onbegrip en allerlei andere factoren die leiden tot onjuiste meningen met als resultaat een theorie die veel weg heeft van een geloofsleer. 

Zijn de interpretaties van gegevens uit en waarnemingen in de onderwijspraktijk vatbaar voor geloof? Is onderwijskunde een wetenschap of een geloofsleer?

Continue reading

Posted in Uncategorized | Leave a comment