If it works, don’t fix it.

Ook in onderwijsland klinkt een nieuw woord: innovatie.

Technologie zoals i-pads en vele andere gadgets maken het leven makkelijker. Er hoeft geen zinloze informatie meer onthouden te worden, basale handelingen en vaardigheden zijn geautomatiseerd, waardoor er meer tijd over is voor echt leren. En het is nog leuk ook, die gadgets.

Je hoeft kennisnet, linked-in of twitter maar te bekijken en toepassingen van innovatieve technologieën in het onderwijs vliegen om je oren. Door  innovatieve technologie zal ons onderwijs tot grote kwalitatieve hoogte rijzen.

Toch klinkt er frustratie bij de innovators. Want er is te weinig draagvlak onder  docenten voor alle mooie innovatie-ideeën. Docenten zijn starre mensen, ze houden niet van verandering, zijn blind voor elke innovatieve ontwikkeling, en begrijpen niets van social media. Zien ze dan niet dat het allemaal zo veel makkelijker en leuker is?

Zou het echt aan docenten liggen dat innovatieve ontwikkelingen niet doordringen in het onderwijs? Ik denk het niet. Ik denk dat docenten juist heel goed weten wat wel en niet werkt. Ze benaderen namelijk elke nieuwe ontwikkeling pragmatisch. If it works, dont fix it. Als een lesmethode werkt, de leerdoelen worden bereikt, dan is er geen noodzaak tot verandering. Extra middelen zullen weinig bijdragen aan de leerdoelen.

Zodra een methode niet werkt, de leerlingen leren niet wat ze verwacht worden te leren of  de docent loopt tegen andere grenzen op die frustrerend werken, dan is er noodzaak tot verbetering. Dan is er noodzaak tot innovatie. Wellicht technologie, social media. Wie weet? Het is aan de docent om de juiste verbetering te kiezen, hij weet wat nodig is.

Als een innovatieve technologie onder docenten geen draagvlak krijgt, dan is het blijkbaar een slecht idee: het leidt niet tot verbetering ofwel, it doesn’t fix.

Zullen alle innovatieve ideeën die op door vernieuwers aangeprezen worden werkelijk allemaal zijn geboren uit noodzaak van een docent? Of door niet-onderwijsgevenden die potentie zien in technologie en social media, hun eigen kroost Einstein-competenties zien hebben op het Internet, en dat geweldig vinden voor onderwijs? Ik vermoed het laatste…

 

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

6 Responses to If it works, don’t fix it.

  1. Nog niet zo lang geleden heb ik een kunstgebit gekregen. Dat was hard nodig omdat ik jarenlang mijn gebit verwaarloosd heb. Dat kwam weer omdat ik in de jaren ’60 een tandarts had die het nog deed op de ouderwetse manier. Hoezo verdoven? Flauwekul! Hij boorde gewoon zonder, want dat deed hij al jaren. Van mijn vrienden hoorde ik over moderne apparatuur, maar mijn tandarts deed het met de midelen die hij al jaaaren gebruikte.
    Toe ik uiteindelijk de moed opbracht om tóch weer naar de tandarts te gaan was mijn grootste angst dat ik terecht zou komen in een praktijk uit de jaren ’60, zonder moderne apparatuur. Gelukkig viel dat allemaal reuze mee en werd ik heel goed en met zo weinig mogelijk pijn geholpen.
    Kijk naar artsen, chirurgen, tandartsen en ga zo maar door. Iedere nieuwe uitvinding die hen het werken makkelijker maakt of de resultaten beter juichen ze toe.
    Stel je voor dat je vakantie kiespijn krijgt en bij zo’n tandarts van de oude garde terechtkomt. Zou jij je daar laten behandelen?
    Of je breekt een been en komt bij een arts terecht met apparatuur uit de jaren ’60 met de instelling: “If it works, dont fix it.”
    Het gekke is, die geavanceerde apparatuur is niet gemaakt door artsen, tandartsen en chriurgen, maar door mensen die zich daarin gespecialiseerd hebben. Een tandarts die in het weekend in de garage zelf een nieuwe boor knutselt zou ik juist niet vertrouwen!

    Dus nee, innovatieve ideeën worden niet (persé) geboren uit de noodzaak bij een docent, maar het feit dat ze van elders komen wil dus niet zeggen dat ze daarmee niet goed zijn!

    Dat niet willen zien is misschien nog wel gevaarlijker dan te zeggen: If it works, dont fix it.

    Sugata Mitra liet in een presentatie een foto zien van een operatiekamer uit 1850 en een van een operatiekamer uit 2010
    Daarna liet hij een foto zien van een klaslokaal uit 1850 en een uit 2010.
    Zou jij in het leslokaal van 1850 net zo goed uit de voeten kunnen?
    En als het antwoord ja is, geldt dat dan ook voor de leerlingen?

    “Zou het echt aan docenten liggen dat innovatieve ontwikkelingen niet doordringen in het onderwijs?” De vraag klopt niet!
    Wat ik namelijk dagelijks om me heen zie zijn prachtige voorbeelden van docenten waar het kwartje wél gevallen is en die uitbundig gebruikmaken van die innovatie.
    Er wordt schamper gesproken over niet onderwijsgevenden die het beter weten terwijl ze langs de lijn staan. “Schriftgeleerden” worden ze genoemd.
    Maar kijk dan naar de blogs van die leerkrachten die wel open staan voor innovatie en het enthousiast toepassen. In feite krijgen deze professionals een steek in de rug door berichten zoals deze. Het doet me denken aan de gesprekken in de docentenkamer tijdens de pauze. De groep oudgedienden die al klagend te kennen gaf dat “het” voor hen allemaal niet meer hoefde en aan de andere kant de groep docenten die elkaar tips gaf en ideeén uitwisselde…

    Tenslotte de eerste zin:
    “Ook in onderwijsland klinkt een nieuw woord: innovatie.”
    Bij mijn weten is innovatie van alle tijden en bepaald geen nieuw woord. Toen ik in de jaren ’80 en ’90 zelf voor de klas stond heb altijd veel voor die tijd nieuwe dingen uitgeprobeerd en geïntroduceerd, hetgeen mijn leerlingen geweldig vonden.
    Het feit dat een onderwijsgevende innovatie ziet als iets van de laatste tijd zegt mij meer dan het hele verhaal daarna!

  2. Geert says:

    Beste Willem,

    Ik zag de discussie tussen jou en hminkema op twitter en ik was met deze blog bezig. Nog niet af, moest nog bijgeschaafd worden. Ik had het bewust niet wereldkundig gemaakt. Dus houd me ten goede. Ik dacht mezelf in de discussie te mengen door het aan jullie mee te geven. Een twitterbericht is te ‘kort’ voor een goede mening. Ik vrees echter dat ik ongenuanceerd in de hitte van de strijd ben meegenomen. Maar zo gaat dat met blogs vermoed ik.

    Bedankt voor de reactie. Dat maakt mijn gedachten over dit onderwerp alleen maar beter en genuanceerder.

    Laat ik eerst benadrukken dat ik niet tegen vernieuwing, innovatie of hoe je het ook allemaal mag noemen ben. Ik vernieuw mijn lessen ook continu. De reden voor up-daten is dat ik merk dat ze beter kunnen. De lessen kunnen beter omdat de studenten niet goed leren, of niet snel genoeg of verkeerd…

    Het woord innovatie komt ik de laatste tijd wel als nieuw tegen in het onderwijs. De betekenis is zeker niet nieuw. Integendeel, er is heel wat vernieuwd in het onderwijs de laatste decennia.

    De vergelijking met de zorg, operatiekamers en tandartspraktijken, is erg treffend en beeldend. Ik wil graag daarop doorgaan.

    Inderdaad, gelukkig vindt in de zorg veel innovatie plaats naar aanleiding van problemen/frustraties die de zorgverleners ervaren. Als een therapie niet aanslaat wordt die verbeterd met de modernste technieken. Maar wat als een therapie wel aanslaat en het doel (genezing) bereikt wordt? Wordt die therapie dan ook vervangen of verbeterd? Nee, daar is geen reden toe: “If it works, dont fix it“.

    Een tweede reden voor zorgvuldigheid is dat een andere nieuwe therapie extra complicaties of bijwerkingen kan hebben. Dat zou eerst uitgetest moeten worden.

    Ja, de artsen ontwikkelen zelf de vernieuwingen niet. Zij doen de waarnemingen in contact met patiënten, zien tekortkomingen en mogelijkheden tot verbetering. De ontwikkelingen worden inderdaad gedaan door anderen die daar veel meer verstand van hebben zoals ingenieurs, klinisch fysici, chemici, epidemologen etcetera. Als een fysicus met een nieuwe bestralingstechniek voor kankerbestrijding aan komt zetten dan is daar een reden voor. De reden is niet omdat het nieuw is, maar omdat de actuele therapie niet voldoet.

    In de zorg zijn een groot aantal veiligheidsmechanismen voordat een innovatie geïmplementeerd wordt. Clinical trials, ethische toetsing, nationale en internationale normen en wetgeving en dergelijke. Allemaal ten behoeve van optimale zorg en vooral ter bescherming van de patiënten.

    In het onderwijs is de situatie anders, is mijn ervaring. Veel onderwijsvormen zijn en worden niet zo zorgvuldig geïmplementeerd zoals in de zorg.

    Ten eerste wordt er niet gedaan aan wetenschappelijke en ethische toetsing. Niet op de natuurwetenschappelijke grondigheid zoals in de zorg. Het gevaar is een enorme kans op kwakzalverij, zonder dat we het ook maar doorhebben. De “grootheden” in het onderwijs zijn niet meetbaar, en als al iets meetbaar is, hoe weten we dan zeker dat we meten wat we willen meten? In de zorg wordt de werking van veel technieken begrepen (tot op atomair niveau toe), in het onderwijs is veel begrip van de werking van technieken afwezig.

    Je stelt terecht de vraag of men behandeld zou willen worden door een arts die gebruik maakt van methoden die niet wetenschappelijk getoetst zijn. Toch worden in het onderwijs wel degelijk methoden ingezet die niet wetenschappelijk getoetst zijn. Dat is in de zorg ondenkbaar.

    Graag had ik opgeschreven: “Zou jij onderwezen willen worden door een docent die gebruikt maakt van methoden die niet wetenschappelijk getest zijn? Inzet van niet-wetenschappelijk getoetste methoden is in het onderwijs ondenkbaar.”

    Wat dat betreft, in vergelijking met de zorg bevindt ons onderwijs zich nog in de middeleeuwen met “schriftgeleerden” en bijbehorende ideologische strijd.

    Ten tweede is er namelijk een grote en onaangename kloof tussen twee groepen, de docenten en de onderwijs(des)kundigen. Zeker, veel docenten komen met nieuwe en hele mooie dingen. En inderdaad, de onderwijs(des)kundigen komen ook met nieuwe dingen die goed zijn. Dat zal ik niet ontkennen. Maar in het algemeen zijn de onderwijs(des)kundigen degenen die zelf geen ‘zorg’ verlenen terwijl ze wel de ‘zorg’verleners vertellen hoe ‘het anders moet’.

    Kom maar eens een biomedisch ingenieur tegen die een zorgspecialist gaat vertellen hoe ‘het anders moet’. Die zul je niet vinden. In de zorg ligt het primaat bij de zorgspecialist, in het onderwijs zou dat ook zo moeten zijn.

    In het onderwijs ligt het primaat bij mensen zoals bureaudeskundigen, bestuurders en politici. Hun frustratie dat vernieuwingen op weerstand van lesgevenden stuiten is tekenend voor wederzijdse argwaan en miscommunicatie. En ik heb geprobeerd een van de oorzaken voor de weerstand te duiden.

    Ik werk bij de hogeschool die boegbeeld is van de hbo-ellende. Daar blijkt: It doesnt work. Dus, let’s fix it. Naar mijn mening heeft het nieuwe bestuur een terechte conclusie getrokken en beleid uitgezet: Voldoen aan de wet, geen verplichting voor het competentiegericht onderwijsmodel, primaat naar de docenten met bijbehorende verantwoording, en de rest dienend aan onderwijs in plaats van dicterend.

  3. Beste Geert,

    Hartelijk dank voor je uitgebreide reactie en verdere nuancering van je verhaal. Het maakt je redenatie inderdaad een stuk duidelijker.

    Toch blijf ik zitten met de gedachte:
    “If it works, dont fix it. Als een lesmethode werkt, de leerdoelen worden bereikt, dan is er geen noodzaak tot verandering.”
    Ik denk dat het inderdaad mogelijk is om kinderen nog net zo te leren lezen en schrijven als dat 50 jaar geleden gebeurde. Het kan maar zo zijn dat de lesmethode aap noot mies nog steeds werkt, maar waarom zou je geen gebruikmaken van de mogelijkheden van deze tijd?
    Treffend vond ik het krantenartikel in de Stentor van afgelopen zaterdag:
    Sociale media kunnen ook in de klas
    Als je dan verder leest op http://www.kunstvak.net is het geweldig om te zien hoe een leraar ontdekt dat het ook anders en beter kan!

    Was het voor hem nodig om te wachten tot alles afdoende bewezen is?
    Volgens mij niet!
    Als je ziet dat leerlingen meer plezier in leren krijgen, dat ouders enthousiast reageren en dat de resultaten mooier en/of beter worden, dan is dat toch voldoende?

    En zo kan ik heel veel voorbeelden noemen van docenten die op een innovatieve manier bezig zijn!

    Helaas ga je in je reactie niet in op mijn opmerkingen betreffende:
    “Zou het echt aan docenten liggen dat innovatieve ontwikkelingen niet doordringen in het onderwijs? Ik denk het niet. Ik denk dat docenten juist heel goed weten wat wel en niet werkt.”
    Hoe kan het dat sommige docenten wel en andere niet innovatie omarmen?

    Ik kan niets met de geschetste kloof tussen docenten en onderwijskundigen, want ik ben noch het een, noch het ander.
    Wat ik wel zie en ten zeerste betreur is dat mensen elkaar vanachter stellingen bestoken met meningen en argumenten, zonder écht te luisteren naar- en open te staan voor de ander. Dat is jammer en geeft vaak verkeerde energie.
    Het lijkt makkelijker te zijn om ergens tegen te zijn dan ergens voor…

    Ook vind ik het te generaliserend om te spreken over “de docenten” en “de onderwijskundigen”.
    Er zijn veel docenten die graag zaken aangereikt krijgen en nieuwe dingen uitproberen en er is een groep docenten die zeer behoudend is en al snel de hakken in het zand zet.
    Ik richt me met mijn berichten graag op de eerste groep!

  4. Wat ik zou willen bijdragen in deze gedachtenwisseling is het uitgangspunt dat docenten eigenlijk niks te zeggen zouden moeten hebben over wat geleerd gaat worden. Zij zouden volgend moeten zijn in relatie tot hun leerlingen.

    Dit druist in tegen alle psychologische, didactische en anderzins wetenschappelijke denkbeelden over kinderen tot nu toe. Maakt dit gezichtspunt een ‘uit de route’ liggend punt.

    Hoe zou onze maatschappij nu zijn als wij als (oud) docenten zelf hadden mogen beslissen over wat wij nodig hadden om tot een betere versie van onszelf te komen (toendertijd)? Ik denk dat het probleem van sociale vereenzaming en verzakelijking heel anders zou zijn uitgepakt bijvoorbeeld. Wanneer je als kind wordt gestimuleerd en uitgedaagd om te geloven in jezelf als mens dan krijg je een hele andere zelfbeleving dan wanneer je steeds geconfronteerd wordt met het feit dat je gemodelleerd wordt naar een onbestaande ‘gemiddelde leerling(e)’. In die zin ben ik dan ook weggegooid geld geweest en verspilde moeite.

    Ik wil betogen dat we als maatschappij zouden mogen besluiten dat het geen zin heeft om te onderwijs om voort te zetten wat was. Dat zal nooit meer zo zijn. Wat we zouden kunnen doen, is de opgedane kennis over wat wel werkbaar is, wel bijdraagt aan tot een steeds betere versie van onszelf komen, over te dragen naar onze kinderen met de vraag aan hun hoe zij het voor zich zien om een nog betere versie van menselijkheid te gaan creëren in de toekomst. Dan hoeven de ‘ouderen’ geenszins de nieuwe technologie helemaal eerst zelf te ontdekken voordat ze het mogen toelaten of gaan gebruiken. In samenspraak gaat het dan veel sneller en wordt veel gerichter gevonden wat wel en geen bijdrage is aan een betere versie van hen en onszelf. Twitteren is leuk, handig, snel én kan grof, ongenuanceerd en verwarrend zijn. Wat is dan wijsheid? Dat bepalen we samen, zeg ik dan.

    Onderwijs is in mijn ogen alleen functioneel in het creëren van betere mensen wanneer het 20 à 30 jaar vooruitkijkt en daar nu op richt om het dan zo te laten worden. Onderwijs vereist dan wel vakkundigheid maar is geen specialisme. Want de wereld die voortkomt uit het onderwijs is van iedereen.

  5. Geert says:

    Beste Willem,

    Waarom zou je niet veranderen, waarom zou je wel veranderen. Tja, het wordt een beetje een welles-nietessituatie zo. Met twee schijnbaar verschillende visies naast elkaar.

    “Schijnbaar”, omdat mijn blogpost niet over niet-veranderen gaat. Het gaat over de intentie achter innoveren.

    Daarbij heb ik een uitdrukking uit de kast getrokken dat veel gebruikt wordt onder ingenieurs. Als een apparaat doet wat het moet doen, laat het zoals het is. Techneuten hebben soms de neiging om hun creaties op te pimpen met allerlei leuke features en gadgets, met als risico dat de oorspronkelijk bedoelde functionaliteit niet meer werkt. Ofwel, wees zorgvuldig met klakkeloos elke nieuwe mogelijkheid te implementeren en ervan uit te gaan dat het beter is.

    De uitdrukking betekent niet: “… verander niet!” Integendeel, voer vernieuwingen in met verstand van zaken.

    In de uitdrukking zitten ook een aantal kwesties verpakt: Wat de huidige methode doet. Of die voldoet. Wat beter is aan de aanpassing. Of toevoegen van de moderne middelen de oorspronkelijke functionaliteit van de methode wel of niet verslechtert, de zogenaamde ‘bugs’.

    In de zorg gebeurt dit ook, zie mijn eerste reactie. “Lees altijd de bijsluiter”, is geen loos advies. In het onderwijs zie ik dit niet, terwijl de laatste paar jaren steeds meer ernstige en minder ernstige “bijwerkingen” worden geconstateerd. Mijn hoop is dat het onderwijsveld moderniseert naar zorgvuldigheid en toetsing aan de hierboven genoemde aspecten zoals wetgeving, ethiek en wetenschappelijke methode.

    Die zorgvuldigheid is alleen heel erg moeilijk en intensief. Veel goed opgezette onderzoeken blijken geen significante effecten te meten, als de “grootheden” al meetbaar zijn. Wat is dan “verbetering”? Dat het leuker is, dat ouders enthousiast zijn? Dat lijkt me een nogal onbetrouwbare indicator voor kwaliteit van leren.

    Jouw vraag “waarom zou je geen gebruikmaken van de mogelijkheden van deze tijd?” suggereert dat er een noodzaak moet zijn het niet te doen. Anders is het het ‘oubollig’ om vast te houden aan het oude. Ik hoop dat ik dat fout begrepen heb: de vraag is demagogisch en zonder enig inhoudelijk argument.

    Een reden om niet te veranderen kan een eenvoudige kosten-baten-afweging zijn. Indien een docent veel meer tijd kwijt is met ontwikkelen, uitzoeken, nakijken dan bij de huidige situatie, terwijl er geen waarneembare verbetering in leereffect is, dan wegen de kosten niet op tegen de baten en is er netto een verslechtering.

    Het voorbeeld van de betreffende docent die social media in zijn lessen heeft ingezet is een mooi voorbeeld. Ik kan de intentie niet achterhalen, die moet er geweest zijn denk ik zo. Wat ik mooi vind is dat hij een experiment is aangegaan. Hij heeft na enige tijd zijn bevindingen ethisch en op veiligheid getoetst. Waarna bleek dat de methode niet voldeed. Na een aanpassing bevindt het zich achter een veiligheidsmuur. Nee, hij heeft inderdaad niet gewacht op bewijs, hij heeft zelf gevalideerd aan de hand van enkele criteria.

    “Hoe kan het dat sommige docenten wel en andere niet innovatie omarmen?” Goede vraag. Ik heb het geprobeerd te verklaren met pragmatisme (if it works, don’t fix it). Net zoals de zorgspecialist staat de docent als specialist met de voeten “in de klei”. Hij kan dus als geen ander zien wat wel en niet werkt.

  6. Pingback: Jelmer Evers | Wat bedoelen we precies met onderwijsvernieuwing?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *