Vernieuwingen, een eeuwige strijd?

Willem Karssenberg wees me op de vergelijking van Sugata Mitra. Mitra liet een foto zien van een operatiekamer uit 1850 en een van een operatiekamer uit 2010. Vervolgens liet hij een foto zien van een klaslokaal uit 1850 en een uit 2010. De operatiekamer was compleet gemoderniseerd, het klaslokaal vrijwel hetzelfde gebleven.

De vergelijking suggereert dat het onderwijsveld nog in de vorige vorige eeuw leeft, nog werkt met middelen die compleet gedateerd en verouderd zijn terwijl sectoren als de zorg wel modern zijn. Vernieuwingen worden tegengewerkt door conservatieve docenten en leerkrachten, die niet open staan voor innovaties aangedragen door degenen die daar veel verstand van hebben en ontwikkelingen en trends beschouwen.

Een eeuwige strijd?

De vergelijking met de zorgsector vind ik in dit verband een hele mooie, waarop ik graag doorga ter illustratie van een aantal kwesties die ik ervaar in het onderwijsveld.

In de zorgsector vindt heel veel innovatie plaats naar aanleiding van problemen en frustraties die de zorgverleners ervaren. Als bijvoorbeeld een therapie niet aanslaat wordt die verbeterd met de modernste technieken. Maar wat als een therapie wel aanslaat en het doel (genezing) bereikt wordt? Wordt die therapie dan ook vervangen of verbeterd? Nee, daar is geen reden toe. Ook in de zorg zal niet altijd veranderd worden.

Zorgspecialisten ontwikkelen de vernieuwingen meestal niet zelf. Zij doen de waarnemingen in contact met patiënten, zien tekortkomingen en mogelijkheden tot verbetering. De ontwikkelingen worden gedaan door anderen die veel meer verstand hebben van technologie zoals ingenieurs, klinisch fysici, chemici, epidemiologen et cetera. Als een fysicus met een nieuwe bestralingstechniek voor kankerbestrijding aan komt zetten dan is daar een reden voor. De reden is niet omdat het slechts nieuw en innovatief is, maar omdat de actuele therapie niet voldoet en beter kan.

Bij vernieuwingen is men zeer zorgvuldig, want een nieuwe therapie kan extra complicaties of bijwerkingen hebben. Dat wordt altijd eerst uitgetest. In de zorg bestaan daarom een groot aantal veiligheidsmechanismen, clinical trials, ethische toetsing, nationale en internationale normen en wetgeving en dergelijke. Allemaal ten behoeve van optimale zorg en vooral ter bescherming van de patiënten.

Mijn ervaring in het onderwijs is anders. Veel onderwijsvormen zijn en worden niet zo zorgvuldig geïmplementeerd zoals in de zorg.

Ten eerste wordt er niet gedaan aan wetenschappelijke en ethische toetsing. Althans, niet op de natuurwetenschappelijke grondigheid zoals in de zorg. Het gevaar is een enorme kans op kwakzalverij, zonder dat we het ook maar doorhebben. De “grootheden” in het onderwijs zijn niet goed meetbaar. En als al iets meetbaar is, hoe weten we dan zeker dat we meten wat we willen meten? In de zorg wordt de werking van veel technieken begrepen (tot op atomair niveau toe), in het onderwijs is begrip van de werking van technieken veelal afwezig.

Zou men behandeld willen worden door een arts die gebruik maakt van methoden die niet wetenschappelijk getoetst zijn. Het antwoord lijkt me duidelijk “nee”. Toch worden in het onderwijs wel degelijk methoden ingezet die niet wetenschappelijk getoetst zijn. Dat is in de zorg ondenkbaar. Graag had ik met dezelfde overtuiging opgeschreven: “Zou men onderwezen willen worden door een docent die gebruikt maakt van methoden die niet wetenschappelijk getest zijn?”, of “inzet van niet wetenschappelijk geteste methoden is in het onderwijs ondenkbaar.”

Op deze manier bekeken bevindt ons onderwijs zich inderdaad nog in de middeleeuwen met bijbehorende ideologische strijd.

Ik beweer hier overigens niet dat de wijze waarop het onderwijs zou dienen te  innoveren dezelfde zou moeten zijn als in de zorg.  Ik beargumenteer dat de zorgvuldigheid waarmee vernieuwingen worden doorgevoerd in de zorg beter is dan in het onderwijs.

Ten tweede is er een grote en onaangename kloof tussen twee groepen, de docenten en de onderwijs(des)kundigen. In het algemeen zijn de onderwijs(des)kundigen degenen die zelf geen ‘zorg’ verlenen terwijl ze wel de ‘zorg’verleners vertellen hoe ‘het anders moet’. Kom maar eens een biomedisch ingenieur tegen die een zorgspecialist gaat vertellen hoe ‘het anders moet’. Die zul je niet vinden. In de zorg ligt het primaat bij de zorgspecialist, in het onderwijs zou dat ook zo moeten zijn.

In het onderwijs ligt het primaat bij mensen zoals onderwijs(des)kundigen, bestuurders en politici. Hun frustratie dat vernieuwingen op weerstand van lesgevenden stuiten is tekenend voor wederzijdse argwaan en wederzijds onbegrip.

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

One Response to Vernieuwingen, een eeuwige strijd?

  1. Dit verschijnsel wordt volgens mij veroorzaakt omdat het onderwijs zelf, zeg maar “het water” niet kunnen meten. De kwaliteit van het onderwijs wordt vastgelegd in inputfactoren omdat er nauwelijks outputfactoren zijn te onderscheiden. Bij zorg is duidelijk of er klachten zijn en wat de invloed van de een eventuele therapie op de klachten is, bij een bedrijf op de winst en rendement, maar wat is de invloed van beter onderwijs op leerlingen? Als je wil dat de leerlingen betere prestaties bij proefwerken scoren, zal er vast wel een vernieuwing te bedenken zijn die dit voor elkaar krijgt, maar dan volgt de onherroepelijke vraag: zijn betere prestaties bij proefwerken indicatoren voor beter onderwijs?
    Ik vrees dat dit probleem pas opgelost kan worden als beter onderzocht kan worden wat onderwijs nu eigenlijk is en niet hoe het verbeterd kan worden, maar dat zie ik nog niet zo snel gebeuren.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *