Is onderwijskunde een wetenschap of een geloofsleer?

Interpretatie van waarnemingen is gevoelig voor vooringenomenheid, onbegrip en allerlei andere factoren die leiden tot onjuiste meningen met als resultaat een theorie die veel weg heeft van een geloofsleer.

Zijn de interpretaties van gegevens uit en waarnemingen in de onderwijspraktijk vatbaar voor geloof? Is onderwijskunde een wetenschap of een geloofsleer?

Onder geloof versta ik dat verschijnselen of oorzakelijke verbanden tussen verschijnselen die niet zijn bewezen voor waar worden aangenomen. Bijvoorbeeld astrologie, waar relaties tussen astronomische constellaties en situaties in het dagelijks leven nooit zijn aangetoond. In de Scientific American van januari/februari is hieraan een artikel gewijd. Hoewel dit artikel het geloof in het paranormale betreft, herken ik enkele overeenkomsten met theorie- en modelvorming en meten in het onderwijs.

Waarom zijn we zo snel geneigd om niet bewezen verschijnselen voor waar aan te nemen?  Volgens het betreffende artikel is het te danken aan ons vermogen patronen te herkennen. Daar zijn we niet een beetje, maar heel erg goed in. Gelukkig maar, want door gevolgen te verbinden aan oorzaken kunnen we ons voor veel onheil behoeden in het dagelijks leven. Vuur veroorzaakt pijn en verbranding, waardoor we wel drie keer nadenken om met vuur te spelen bijvoorbeeld. Maar we zien ook niet-bestaande verbanden, zoals  horoscopen die voorspoed of onheil voorspellen.

De reden dat veel niet-bestaande verschijnselen voor werkelijk worden aangenomen is dat die gebeurtenissen, die een verband bevestigen, worden onthouden. Andere gebeurtenissen, die het verband tegenspreken worden als irrelevant vergeten. Een bekend voorbeeld is geloof in verband tussen de mate van gewrichtspijn en weersgesteldheid. In een onderzoek hiernaar werden artritispatienten gevraagd twee keer per maand de mate van gewrichtspijn  en de tijd te noteren. Na zorgvuldige analyse bleek er geen verband te zijn tussen de mate van pijn en de temperatuur, luchtvochtigheid en luchtdruk. Toch waren deze patiënten stellig in hun overtuiging dat de weercondities hun pijn beïnvloeden. Zij hadden slechts die situaties onthouden die hun geloof ondersteunen. De onderzoekers concludeerden daarom dat mensen geneigd zijn verbanden te zien in statistisch ongecorreleerde, ofwel toevallige, gegevens. Zie voor een abstract van het betreffende onderzoek hier.

Wat heeft dit met onderwijskunde te maken?

Veel, want een wetenschap die ontwikkeling, leren en opleiden wil begrijpen, verklaren en beschrijven doet dit op basis van patronen. En een onderwijskundig concept of theorie kan niet op toevallige patronen gebaseerd zijn.

Om een patroon als toevallig te classificeren worden de gegevens aan statistische analyses en peer reviews onderworpen. Dat klinkt mooi, maar de praktijk is niet zo ideaal. Een verband wordt als significant gezien bij een zogenaamde p-waarde van maximaal 5%.  Een  p-waarde van 5% betekent dat de kans 1 op 20 is dat een toevalligheid wordt gezien als niet toevallig patroon, met een onjuiste conclusie als gevolg. Het is dus helemaal niet zo dat alle wetenschappelijke conclusies vrij zijn van willekeur.

Ten tweede zijn unieke resultaten een voorwaarde voor publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift. Herhaling van onderzoek wordt niet gepubliceerd, en bevindingen gebaseerd op toeval ook niet. Hierdoor worden gepubliceerde conclusies en theorieën zelden aangevuld met gegevens die de conclusies bevestigen of vanwege toeval weerleggen. Ook in de wetenschap worden dus die verschijnselen die een theorie ondersteunen onthouden en toevalligheden worden als irrelevant vergeten.

Dit heeft consequenties voor onderwijskundige theorieën, zoals theorieën over leerstijlen. Volgens deze theorieën hebben leerlingen en studenten hun eigen en unieke wijze waarop ze leren.  Indien een leerling de uitleg niet begrijpt dat ligt het niet aan de leerling, maar aan de docent die niet aansluit op de leerstijl van de leerling. De docent dient met die leerstijlen rekening te houden om zo het optimale leerrendement te bereiken. Zie voor deze denkwijze www.onderwijsvanmorgen.nl.

We kennen allemaal wel situaties waarbij uitleg niet aansluit en met een andere strategie wel geleerd wordt. Die persoonlijke ervaringen ondersteunen inderdaad een begrip als ‘individuele leerstijl’, maar dat wil niet zeggen dat leerstijlen realiteit zijn. Het is nog maar de vraag of  leerstijlen bestaan en of docenten hun lessen en scholen hun beleid en onderwijssysteem daarop dienen te baseren.

In de wetenschappelijke literatuur worden slechts die onderzoeken gepubliceerd die leerstijltheorieën bevestigen. Als er al onderzoeksresultaten zijn die de bevindingen tot toeval verklaren, zullen die niet gepubliceerd ofwel als irrelevant vergeten worden.

Gelukkig wordt veel gepubliceerd over leerstijlen.  Een  onderzoeksgroep heeft al deze gepubliceerde onderzoeken bij elkaar genomen en vergeleken in de hoop een bevestiging van leerstijlen te vinden. Wat bleek? Er is heel weinig degelijk statistisch onderzoek gevonden, sommige publicaties met ‘unieke resultaten’ spraken elkaar zelfs tegen, zodat geconcludeerd moet worden dat “… we found virtually no evidence for the interaction pattern mentioned above, which was judged to be a precondition for validating the educational applications of learning styles. ” Zie Learning styles, concepts and evidence.

Kortom, de menselijke eigenschap patronen te zien leidt tot geaccepteerde begrippen zoals leerstijlen waarvoor na goede statistische vergelijking geen bewijs bestaat. Een dure leerstijlentest heeft dus dezelfde uitkomst en nut als een horoscoop: geen, een waardeloze meting.

Is onderwijskunde een geloof of wetenschap? Ik hoop het laatste.

Zijn de bevindingen uit onderwijswetenschappen gebaseerd op geloof in niet bestaande patronen? Ik hoop het niet.

Maar ik heb zo mijn twijfels….

Heeft u een andere mening, of bent u het met me eens, laat het hieronder weten.

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

2 Responses to Is onderwijskunde een wetenschap of een geloofsleer?

  1. Dag Geert,
    De reactie lag al klaar, denk ik. Ik neem er morgen even de tijd voor om te reageren. Groet, Henk Witteman.

  2. Citaat uit artikel: However, given the lack of methodologically sound studies of learning styles, it would be an error to conclude that all possible versions of learning styles have been tested and found wanting; many have simply not been tested at all. Further research on the use of learning-styles assessment in instruction may in some cases be warranted, but such research needs to be performed appropriately.
    Ik ben bezig met een artikel over beelddenkers en lijndenkers, twee erkende perceptuele leerstijlen. Wordt binnen 2 weken toegestuurd.
    Groet,
    HW

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *