Cijfers, statistiek en meningen

We konden er op wachten. In de pers is breeduit vermeld dat 30% van de leraren onder de maat is. Maar liefst dertig procent. Niet slechts tien procent waar Ton Elias zo graag mee schermt.

Het inspectierapport waaruit deze conclusie te lezen zal zijn is nog niet openbaar. Commentatoren onthouden zich terecht van al te concrete uitspraken. Maar er is niemand die ik hoor denken dat het natuurlijk vanzelfsprekend is. Bij variatie in een onderzochte groep zijn de resultaten  normaalverdeeld. Er is geen hogere wiskunde nodig om te bedenken dat uit elk onderzoek geconcludeerd wordt dat een significant percentage ‘onder de maat’ is.

Normaalverdeeld? Nou ja, men moet wat indien het onderliggende proces niet begrepen en gemodelleerd wordt. En om met toeval, meetonzekerheid en onvoorspelbaarheid om te gaan is de normaalverdeling simpelweg de meest voor de hand liggend en best bruikbaar.

Elke middelbare scholier met een redelijke hoeveelheid wiskunde weet dat de normaalverdeling een aantal eigenschappen heeft. Ze is symmetrisch, het gemiddelde bevindt zich in het centrum, het grootste gedeelte van de populatie is gemiddeld en er zijn twee zogenoemde staarten die even groot zijn.

Indien resultaten uit een onderzoek normaalverdeeld zijn, is dus de grootste hoeveelheid gemiddeld. Een kleine hoeveelheid is ondergemiddeld en een even zo kleine hoeveelheid bovengemiddeld. Ofwel, zonder de resultaten echt te kennen: er zal altijd een percentage zijn dat ondergemiddeld is, en een even zo groot percentage dat bovengemiddeld is.

Is dat erg? Nee, dat is een simpelweg gegeven dat logisch te verklaren is op basis van toevallige variatie en statistiek. De vraag of het erg is, is een normatieve vraag, gebaseerd op waarden, meningen en welke betekenis er aan gegeven wordt.

Wat ik erg vind is de wijze waarop beleidsmakers, politici en journalisten met de resultaten omgaan. Resultaten interpreteren en betekenis geven is een kunde die heel vaak wordt besmet met eigen waarden, meningen of politiek. Is het goed of slecht? Is een glas half vol of half leeg? Zijn 30% van alle leraren slecht of 30% van alle leraren excellent? Het is maar wat je wilt, hoe je het interpreteert tot een betekenis.

Pas als men de werkelijkheid kent, is goede interventie mogelijk. Daarom vind ik het gevaarlijk als conclusies worden gepresenteerd als kennis van het onderzochte terwijl ze  zijn gebaseerd op o.a. toeval. En het is gevaarlijk als politici en journalisten de resultaten interpreteren zonder de onderliggende statistiek, processen en dergelijke te kennen. Dan is het enige wat rest de eigen mening die men bevestigd wilt zien in plaats van de werkelijkheid te kennen.

Journalisten en politici, Meten is niet zomaar weten.

This entry was posted in Uncategorized and tagged , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *