Leerdoelen in de les

Voor elk deel onderwijs, een vak of een les, dienen leerdoelen geformuleerd te zijn. Dat is handig, voor de studenten en docenten die dan weten wat geleerd dient te worden en wat getoetst wordt, en voor kwaliteitszorg en visitaties.

Maar elk voordeel heeft een nadeel. Als leerdoelen heel concreet worden geformuleerd, dan zullen studenten zich op afvinkbare lijstjes richten. Als op een toets een opdracht net iets anders is, en dat staat niet tussen de leerdoelen, dan mag dat niet getoetst worden. Dan maar minder concrete leerdoelen?

Zelf vind ik een lijstje met leerdoelen ook erg handig. Ik kan het aan het begin van een les of college aflopen: “Wat gaan we doen deze les?” Om aan het einde nogmaals te laten zien: “Kijk, dit hebben jullie allemaal geleerd zojuist.”

Toch denk ik dat leerdoelen daarvoor niet geschikt zijn. Ze zijn te stellig geformuleerd en volgens een bepaalde taxonomie. Een college beginnen met “De student kan… de vuistregel voor gereduceerde dracht als functie van de energie van elektronen toepassen,” is niet bepaald uitdagend en prikkelend.

Daarom begin ik sinds kort elke les met vragen zoals: “Hoe diep komt elektronenstraling in weefsel?” en “Welke factoren bepalen het bereik van elektronen?” Dezelfde leerdoelen maar een veel interessanter en prikkelender begin.

Ik kan zo makkelijker samen met de studenten de vragen aanpakken en van verschillende kanten benaderen. Ik kan hen laten meedenken zonder dat zij direct het gevoel hebben dat er één juist antwoord is.

Die vrijheid hebben is er niet met een afvinkbaar lijstje.

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *